Het Landschap aan het woord
Wandelen
Wat zijn jullie toch veelvraten. Realiseer je je niet dat je echt op veel te grote voet leeft. Als je naar evenredigheid en redelijkheid gebruik zou mogen maken van mij, van wat ik aan hulpbronnen - zoals jullie dat noemen – te bieden heb en je zou dat per jaar reserveren, dan heb je op 12 april van dit jaar al je hele jaarvoorraad opgesoupeerd.
Ik hoor het net in de inaugurale rede die Zef Hemel heeft uitgesproken bij het aanvaarden van het professoraat aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Zijn oplossing: hij gaat 5 jaar lang studeren, nadenken, praten al wandelend door Noord Nederland.
Wandelen, lopen, dat zouden meer mensen moeten doen. Het vraagt niet om investeringen, het heeft een kleine voetdruk, het is gezond. Wandelen is het natuurlijke ritme van de mens. Het laat je kijken. Op de auto, zelfs op de fiets ga je aan alles voorbij.
Je hebt tijd om te denken en te verwerken.
Hij noemt als voorbeeld ook Li An Phoa die al verschillende rivieren waaronder de IJssel bewandelde om zo aandacht te vragen voor schone, ‘drinkbare’ rivieren. Zij ontmoet er bewoners, bestuurders, kinderen, boeren, waterschappers, politici en neemt de tijd om het te hebben over mij, het landschap en de aarde.
Misschien is dat wel de essentie waar jullie het steeds over hebben, de tegenstelling tussen de stad en het platteland: de jachtige stad en het trage platteland.
Tenminste zo zeggen jullie dat.
Maar dan moet je op het platteland wel echt anders gaan gedragen want ook daar gaat het alleen om meer bedrijvigheid en betere bereikbaarheid. Of zoals Zef Hemel het beschrijft voor Noord Nederland: “Welke toekomst staat ons voor ogen? Nog meer snelwegen, datacenters, hoogspanningsleidingen, waterstoffabrieken? Opnieuw miljarden investeren in nieuwe infrastructuur voor een paar minuten tijdwinst? Nog meer economische groei?”
Of zoals hier in de IJsselvallei: het boerenland is alleen maar egaler en schraler en landschappen zijn steeds eenvormiger worden. Alles groter en opdringeriger. Wandelaars zijn toeristen en worden ook zo behandeld, dijken lijken ingericht voor wielrenners en motorrijders. Zelfs de IJssel biënnale kan zich alleen maar verkopen als het voldoende bezoekers trekt en voor overnachtingen zorgt.
Wandelaar zijn is een vak apart. Het heeft ook zijn eigen beoefenaren, denkers en schrijvers.
Ga er eens bij te rade. Lees dat aardige boekje van Marjoleine de Vos ‘Je keek te ver’. Zef Hemel zegt daarover: ‘In Je keek te ver schrijft de dichter en essayist over haar dagelijkse wandeling vanuit haar huis in het Noord-Groningse Zeerijp. Het kan lang duren voordat je weet wat je ziet, begint ze. Het kan zelfs lang duren voor je weet dat er iets te zien is. Landschap, schrijft ze, wordt niet meer opgemerkt. Niemand heeft er echt boodschap aan. Onze hoofden lopen over, onze gedachten zijn te druk bezig. Pas na verloop van tijd gaan we zien. En het noorden van Nederland ligt er zo allervriendelijkst bij. ‘Het is er gewoon.’”
Trouwens de hele reeks ‘Terloops' is de moeite waard. Verhalen van wandelingen met alles wat erbij hoort: ontmoetingen, gedachten, regen en wind. Al die zaken die geen geld kosten en geluk opleveren,
Ga er op uit. En blijf dicht bij huis.
Gerard Hendrix, wandelaar