Het Landschap aan het woord
Twee Wandelaars
Hallo wandelaar,
Fijn dat je even met mij opstroomt en mijn woorden verstaat. Ik kom van ver, heb mijn bron verlaten. Mijn taal is oud en mijn herinneringen voeren over eeuwen.
Jij denkt mij IJssel te noemen, zoals ik jouw mens denk te noemen. Maar is er wel een jij en ik?
Ik, rivier, - ze noemen mij IJssel - , besta uit zoveel duizenden druppels, met daarin duizenden, duizenden onnoembare minuscule, levende deeltjes. En dag en nacht stromen wij langs jou heen. Ik ben dat zilveren lint door het groene IJssel landschap en tegelijkertijd ben ik die druppels, steeds weer van vorm veranderend, verkleurend, als regenbogen tegen een hemel van tijdloosheid.
En jij, mens, bent als een druppel in een rivier die men mensheid noemt. Komend en gaand en toch altijd bestaand. Je een weg banend over de aarde en even veelkleurig en zich voegend in vorm als iedere druppel in mij, een stralend juweel.
Wat onderscheidt ons?
Stel……stel dat ik de IJssel ben en jij mens. Dan nog zijn wij aan elkaar verwant. Ik stroomde met jouw voorouders, heb ze gevoed, hun grond vruchtbaar gemaakt, hen omhult met zachte, koesterende golven, ze verkoeld als de zon op hun huid brandde. Maar heb hen ook verzwolgen, in mijn gulzigheid, nam ik de resten mee op mijn weg naar de zee , een spoor van sterrenstof.
En jij? Besta je niet voor het overgrote deel uit water? Daar ben ik weer! Maar ook uit sterrenstof? Daar ben jij weer! Een oud weten zegt dat er ooit, in een Super Nova daar ver in de kosmos, sterrenstof botste. Een grote ontploffing vond plaats en daaruit werd water geboren.
Hoeveel groter kan onze verbondenheid nog zijn?
En hebben we al over onze overeenkomstige verschijningsvormen gesproken?
Ons leven schenkend vermogen, onze vernietigende meedogenloosheid, onze golven van emoties, inspiraties en creativiteit die zichzelf soms stuk slaan op de koude harde stenen oevers van onze zucht om alles te willen beheersen. Onze kracht om de omgeving in vervoering te brengen, Het vermogen te verharden en ijzig te worden om vervolgens kreunend en krakend als kruiend ijs in beweging te komen omdat het leven dat van ons vraagt.
Dat zijn wij.
Maar kom, ik moest maar weer eens gaan. Een volgende golf komt er weer aan….
Christel Krop