Het landschap aan het woord
een Dochter van ver weg
Zelden word ik door vrouwen met zulke dromerige ogen aangestaard. Mijn brede schouders, mijn begin en einde, mijn buiging langs de grote Lebuinuskerk, mijn bakens, mijn golven, mijn kleuren, mijn begroeide oevers met schapen en koeien.
Ik zie mezelf in haar ogen, een springlevende rivier vol met potentie.
Ze stopt geregeld op de spoorbrug en kijkt met die dromerige ogen. Ik fluister naar haar:
“Dame, waar denk je aan?”
Ze is vaak stil. Een vrouw die liever denkt, dan praat. Bij haar is stilte goud, daarom durf ik alleen maar te fluisteren.
Op een mooie dag bij de schemering, toen de stad zich voorbereidde op de korte zomernacht, toen alle drukte van het bestaan tot bedaren kwam en het besef van de onzinnigheid van alles leek door te dringen, toen ving ik, met een zomerse bries, haar antwoord.
“Ik ben het. Jouw familie van ver weg… De dochter van de Tigris."
Ik spitste mijn oren naar de golven van haar stem en luisterde wat ze mij toe fluisterde.
“Je bent een wonder net als de Tigris, de wilde rivier waar ik van afstam. Heerlijk bereikbaar en tegelijk niet. De mooiste avonden heb ik bij hem doorgebracht. Gewiegd door de golven en de dansende lichten in het water. Hemel en aarde komen bij elkaar. Bagdad lag net als Deventer loom en open aan de oevers. Verzekerd door de spiegel van haar onweerstaanbare schoonheid. Maar de aardbol draait en de wind waait waar je niet voor mogelijk hebt gehouden en blaast al je dromen tot lelijke donkere stoom.
Donkere luchten hebben de Tigris verziekt, zijn blauwzilveren kleur verbleekt naar bruin en rood. Zijn aders dichtgeknepen totdat er geen druppel doorkwam. De oude bodems zijn her en der ontbloot. De toekomst is verwelkt tot een nachtmerrie van verdorde droogte en lege woestenij. Langzaam gaat de Tigris op in de grote zoute massa die ons allen zal verzwelgen.”
Ze liet een traan, of was dat mijn verbeelding? Want de hemel laat vele tranen. In zee verdwijnen wij allemaal als niemand de verloedering een halt roept. Help me mijn dochter, want hoe groot en machtig ik ook ben, alleen met de zorg van jullie, mijn dierbare mensen, blijft mijn hartslag stromen en kan ik voor jullie zorgen.
Ghada Sukkar