In deze vorm geschreven voor De IJssel Anders en als opmaat voor het binnenkort neer te leggen kunstwerk de IJSSELTJES VAN NU - als residu
van het project VIJF/Sporen in het Land.
Een uitgebreide versie (en vanuit een ander perspectief geschreven) verschijnt binnenkort in het katern ‘Sporen in het land / IJsseltjes van nu’
Sporen in het land
Boven aan de dijk stapt een vrouw van haar fiets en zet 'm op slot. Uit de
fietstas haalt ze een kwarkemmertje lijkt het, en een spade. Rubberlaarzen
aan. Ze loopt de dijk af, ferme passen door het hoge gras, de blauwe
kweek en gele walstro. Ze komt naar me toe. De zon staat hoog en het licht
is zacht door dunne wolken. Ik spiegel de lucht.
Vanuit Deventer in de verte een binnenvaartschip, de pont ligt stil op Olst. Stroomopwaarts rijgt een visser aas aan zijn hengel en verder is het rustig aan mijn oever.
De vrouw loopt langs de watergrens, kijkt om zich heen, dan haar blik naar
beneden, stopt, steekt de spade in de grond, buigt zich voorover, wrijft het
zand tussen duim en twee vingers en gaat weer verder. Wat doet ze, wat wil
ze? Bij de inham van de kolk zet ze de kwarkemmer neer, maakt een gat, en
een enkele schep met grond werpt ze buiten de kuil. Die klonten spoelt ze
schoon in mijn water. Ze kijkt rond, niemand in de verte en bukt weer. Het
lijkt erop dat ze gevonden heeft wat ze zoekt want de klonters stopt ze in
het emmertje.
Ah, dat is het, ze zoekt klei, mijn IJsselklei.
Ik ben de hoeder van eenvoud. Al eeuwen. Hoe persoonlijk ik hier ook
schrijf en van me laat horen, uiteindelijk ben ik amper, en toch raak ik het
universele. In de kern verander ik niet, nauwelijks. Ik vloei, stroom, golf,
kabbel, ik ben water. Ik blijf water. Ik ben vluchtig en basaal. In brede zin
ben ik zinnebeeldig. Als ik bij mij diepste wezen blijf ben ik veilig en onveilig,
ben ik het oude verhaal en maak ik nieuwe verhalen. Onmiskenbaar één
van de vier grote elementen. Mijn bedding en ik maken samen met vuur het
mooiste werk. Een klinker, tichelsteen, een mop: de baksteen. Duurzaam,
onveranderlijk, tijdloos, eenvormig en veelzijdig, grondsteen voor creatie.
Maar goed, die vrouw komt weer terug. Nu zijn er mensen bij. Een
groepje van zeven. Allemaal een emmer, plastic zakken en scheppen. Ze
verspreiden zich over de oever. Ze scheppen. Ja hoor, ze delven klei.
Over de samenstelling van de grond praten ze. Wat maakt het deze kleur,
hoe zal het bakken. Ja, dat zou ik ze kunnen vertellen. Ik heb het gezien
en meegemaakt. Eeuwenlang was dit de bakermat van de baksteen.
Steenfabrieken, talloze langs mijn vloedlijn. Misschien wel een van de
mooiste producten waaraan ik heb meegewerkt. Water, grond en vuur
maakt baksteen. Dat iets eenvoudigs als een baksteen tot groots in staat
is. Huizen, straten, kerken.
Ze heten naar mij, de bakstenen van hier, IJsseltje, geeltje of viersteen.
Mijn grond kleurt na het bakken geel als er veel kalk in de klei zit en rood bij
meer ijzer.
De zomer lang lagen de stenen te drogen om in het najaar gebakken te
worden. Laag stoken en lang levert een diepe en intense kleur op. Ik zag ze
handgevormd of vormgebakken.
Rivieroeverklei en vuur maakt baksteen. Iets wat van bijna niks gemaakt
wordt. Ik houd van deze eenvoud, het schamele en toch zo logisch.
Een baksteen.
De grondstoffen liggen klaar in mijn leefgebied. Wat kennis, uitproberen of
rondvragen en je maakt een baksteen.
Tijd bestaat niet voor mij. Ik ben er.
En als ik die mensen weer zie kan daar maanden tussen zitten maar ik herken ze. Meteen. Ze verzamelen zich op de dijk en vanaf daar leggen ze een slingerende lijn van oude IJsseltjes door het land naar mij toe. Een spoor van stenen tot aan mijn vloedlijn.
Dan zie ik ook dat ieder een handgevormde steen bij zich heeft.
Ach natuurlijk, mijn klei. De IJsseltjes van nu.
Behoedzaam legt ieder de eigen steen langs het slingerende enkelstenige
pad.
Er staan woorden in de stenen. Ik lees: overvloed, belofte, vrijssel,
troost, thuiskomen, eeuwig, stroom, geheim…
Brigitte Wolthuis
mei 2024