Het Landschap aan het woord

Sediment

Ik besta als het landschap van de IJssel bij de gratie van één iets, water. Dat bepaalt mij. Maar water is in dit geval niet water op zich. Maar het water met alles erop en erin, als transporteur van sediment. Eindeloos verplaatst het water zandkorreltjes van de bron tot helemaal aan de monding. Zand afkomstig van stenen en rotsen van de bedding. Millennia schuren, rollen, polijsten, het afbreken van al die hardheid. In steeds kleinere partikels. Telkens over een kleine afstand voert de rivier het mee. Eerst in een beek, dan een stroompje, dan een rivier, steeds groter. 


Water schuurt uit maar legt op stille plekken ook weer neer wat ze meevoert. Dat is dat sediment. De hele kleine deeltjes vormen slib. Modder in de volksmond. Klinkt negatief maar is het niet. Modder zorgt voor de vruchtbaarheid van de IJsselvallei, rivierklei. Jammer dat de IJssel die klei alleen nog maar binnen de dijken mag neerleggen. Hoewel mensen de rivier meer ruimte geven moet het toch allemaal binnen de dijken gebeuren. Hoe mooi zou het zijn als water nog meer ruimte zou krijgen. Al dat, straks drinkbare, water. 

 

Nu is er wat vreemds aan de hand met het sediment. Er is te weinig. Dat komt ook omdat we graag baggeren. Bos Kalis, is niet voor niets een van de bedrijven waar we Nederlands-trots op zijn  (maar dat vanwege onwelkome regels misschien Nederland wil verlaten). Van teveel sediment hebben schepen last en dan moet er worden gebaggerd. Dat gebeurt in de rivieren als de Rijn en de Waal, de grote transportaders naar de zeehavens. Daar wordt blijkbaar zoveel gebaggerd dat het zeewater te makkelijk kan binnenkomen en dus treedt verzilting op. Niet alleen van rivierwater maar ook van het belendende grondwater. Jana Cox deed onderzoek en ze zei erover: “… baggeren van zee- en rivierbodems is volgens Cox onmisbaar voor het openhouden van vaargeulen voor de scheepvaart, en dus voor de handel. ‘Tegelijkertijd graven we zo een deel van onze kustverdediging weg’, zegt de jonge geomorfoloog. ‘Daarnaast heeft baggeren gevolgen voor de ecologie en geologie van het landschap zoals het was.’” (NRC, 17 febr 2023) 

 

Hier bij de IJssel is het net wat anders. We krijgen geen last van verzilting want er ligt nog een heel zoet Zuiderzeereservoir voor en het baggeren van de IJssel verzwakt onze kustverdediging niet. 

Maar toch ook de andere kant: (op de site van het Deltaprogramma; foto Bart van Eyck)

In de loop van de eeuwen hebben we de Waal en de IJssel zodanig aangepast dat de rivieren zijn veranderd van langzaam stromende, vrij meanderende rivieren, in rechtgetrokken, vastgelegde rivieren. Nadeel van het vastleggen van de rivieren is dat deze sneller en krachtiger stromen. Daarnaast komt er structureel te weinig zand en grind via het Rijnwater uit Duitsland.

Een evenwicht tussen baggeren en laten bezinken is dus ook hier aan de orde. Met de droge zomers is de waterstand in de IJssel extreem laag: eerst moet de belading van de schepen worden beperkt, dan komt er eenrichtingsverkeer en tenslotte is gedurende zo’n periode geen scheepvaart van betekenis meer mogelijk. 

Misschien gebeurt wel hetzelfde als zo’n 1250 jaar geleden, dat de loop van de IJssel omkeert. 

 

Ik ben als landschap kwetsbaar. Maar dat is bekend, toch?

Gerard Hendrix