Het Landschap aan het woord
Recreatie en Toerisme
Ik val met de deur in huis, zoveel tijd heb ik niet en er is zoveel dat me aan het hart gaat.
Ik heb een haat-liefdesverhouding met recreatie en toerisme.
Laat ik eerst met de liefde beginnen.
Het is natuurlijk hartverwarmend dat men mij mooi vindt, zo mooi dat ik een bezoek waard ben. Dan werkt men ook extra hard om de boel voor elkaar te hebben: de stoepen worden geveegd, de boel aangeharkt en iedereen staat met open armen op je te wachten, tenminste als je op openingstijden komt. Die zijn door personeelsgebrek niet heel ruim.
Nog mooier zijn al die bijzondere projecten en initiatieven als die mij, het landschap, in het licht zetten. De IJssel biënnale is een evenement dat voor de liefhebber – en wie weet kunst als onderdeel van het landschap niet te waarderen? – bijzondere waarde heeft. Het zou permanent moeten zijn.
Maar iedere stad en zelfs dorp heeft wel een feest dat de bezoekers laat genieten van de stedelijke en landelijke omgeving. Teveel om op te noemen. De Boekenmarkt in Deventer, het Chocolade Festival in Zutphen en Hattem, het Hanzejaar 2023 in al die Hanzesteden langs de IJssel, van Doesburg tot Kampen; het Stadsfestival in Zwolle, de theaterfietstocht bij Olst, Van Hier tot Ginder in en om Okkenbroek, het Dreamfieldfestival in Lathum, de Eilandloop op Kampereiland.
Ieder dorp heeft evenementen, in ieder geval het jaarlijkse dorpsfeest/oranjefeesten maar ook anders. Terwolde heeft de Trekkertrek en Nijbroek Dikke Mik. Zo zijn er nog 100-den.
Bij elk van deze evenementen gaat het, realiseer ik me nu, wat minder om mij maar vooral om de promotie van de plek en het geld van gasten, maar men zal er toch wel iets van mij meekrijgen.
De IJssel zelf, die mij heeft gevormd, is trouwens op de plaatsen waar die bereikbaar is een geweldig decor voor beleving. Het hele jaar door. Op de rivier de speedboten – tot genot van één iemand en tot ergernis van velen – en in de uiterwaarden ben je nooit alleen. Langs de rivier de woonoorden, de campings.
Nu dan toch een paar minpuntjes. Ik blijf over het algemeen en steeds meer met de rotzooi zitten. ‘Laat niet als dank voor het aangenaam verpozen, mij de schillen en de dozen’. Het lukt blijkbaar niet om gelijk met de ruimere opstelling van de uitwaarden die ook schoon, tenminste zo schoon mogelijk te houden. Allemaal die verboden toegang bordjes zijn, hoe ongastvrij ook, nog steeds nodig.
Want het is overal druk en het wordt steeds drukker. Ik heb niet de indruk dat jullie nadenken over hoeveel een landschap kan hebben aan drukte. Een mooie zomerdag op die bochtige dijken zijn favoriete trajecten voor motorrijders. Ze rijden je de vouw uit de broek. Geen lol aan om dan te wandelen en te proberen van mij te genieten.
Ik begrijp dat, hoewel de Veluwe toeristisch ‘op 1’ moet komen, het daar nu al te druk wordt. Stuur ze de IJsselvallei in.
In de IJsselvallei hoor ik ook: de Veluwe is een bijzonder landschap maar – wees eerlijk - ze heeft toch de IJssel nodig om er echt toe te doen. Datzelfde geldt voor Salland: ook dat is niks zonder de IJssel. Op enig moment verscheen een van die bruine bijzondere-landschappen borden, ‘Salland’, aan de westkant van de IJssel. Het ontbreekt er nog maar aan dat er aan de oostkant van Deventer nog een bord met ‘Veluwe’ staat.
Al die borden trouwens. Alle projecten die laten resten na: ‘Waar natuur en cultuur samenstromen’. Op een paar plekken kun je gezeten op een steen een groot schilder naschilderen. Loffelijk, maar ik heb er nog nooit iemand mee bezig gezien. Op enig moment heeft iemand TOP’s bedacht: Toeristische Overstap Punten. En, zijn door alle fietsknooppunten en wandelknooppunten er uiteindelijk minder bordjes gekomen? Zo moeilijk ben ik als landschap toch niet te lezen?
Misschien is dat we me als Landschap stoort. Alle toeristische beleid en jargon – hospitality management, unique selling points, city marketing, leefstijlen -, het is een wereld waar ik als landschap een beetje kriegel van wordt. Laten we genieten en verblijven helemaal bepalen door ‘de recreatieondernemer’, ondersteund door het vrijetijdsbeleid? Wat willen we met z’n allen? Wat wil ik?
Gerard Hendrix