Het Landschap aan het woord
de IJssel als muze?
Je zult maar eeuwenlang de muze zijn van schrijvers, dichters en kunstenaars die hun inspiratie uit mij halen. Van Jan Siebelink tot Kader Abdolah, van Koos Geerds tot Johanneke ter Stege, van Jan Voerman tot Jac. P. Thijsse.
Misschien wordt de rol als muze door velen gezien als een grote eer, maar als ik er heel eerlijk over ben, legt het ook een behoorlijke druk op me. Ben ik wel echt zo inspirerend? En kan ik dat volhouden? Zeker nu blijkt dat ik zelf al geruime tijd behoorlijk onder druk sta; en mijn aard steeds wordt veranderd, wordt aangepast, er van alles op me wordt geloosd, er in mijn wezen wordt ingegrepen zonder dat ik er zelf zeggenschap over heb. En als ik me – kriegelig door al dat gesol - af en toe écht laat gelden, worden er nog veel grootscheepser maatregelen voorgesteld…
En ondertussen word ik als muze maar bezongen en beschreven als oh zo mooi, idyllisch, betoverend, meanderend, traagstromend en ga zo maar door.
'The rich will survive' van Adrien Tirtiaux (IJB21; foto team IJB
De piramide bestaat uit goedkope materialen onderop en steeds kostbaarder materiaal naar boven toe. Adrien Tirtiaux vat de humanitaire van de klimaatverandering heel inzichtelijk samen in zijn 'bevolkingspiramide' en levert met dit kunstwerk kritisch commentaar: juist de meerderheid van de mensheid, die in armoede leeft, draagt de last van klimaatverandering waar zij het minst aan heeft bijgedragen, terwijl de rijken betalen om aan oververhitting, honger en conflict te ontsnappen.
Laat duidelijk zijn: ik hou van kunst, in allerlei vormen. Maar de kunst mag voor mij soms ook wel wat kritischer en tegendraadser zijn. Dat ben ik in mijn leven zelf immers ook geweest: zelfs zo dat ik geruime tijd een andere kant op stroomde!
Als je je als kunstenaar door mij laat inspireren, laat die kunst dan vooral echt prikkelend zijn. Zodat er als reactie op mij een echt, en wat mij betreft soms behoorlijk pittig gesprek op gang komt. Over hoe jullie met mij (en mijn soortgenoten) omgaan. Wat onze echte waarde is. Want ook al lijkt het alsof ík degene ben die verder stroomt en voorbijga, realiseer je goed dat jullie hier de passanten zijn. Ongetwijfeld ben ik er over eeuwen nog steeds en vind ik uiteindelijk weer de vorm die mij het beste past. En het zou voor jullie soort goed zijn om – bijvoorbeeld aangezet door kunstenaars die beter kijken en luisteren dan de meeste mensen dat doen – inzien dat dat ook voor jezelf goed is. Want als het goed gaat met mij, gaat het ook beter met de mens. Probeer dus niet alles koste wat kost naar je eigen hand te zetten, maar vertrouw op de kracht van de natuur. Tenslotte heeft de natuur bewezen heel wat langer in allerlei omstandigheden te kunnen overleven dan de mens.
Ik wil best mijn stem gebruiken, maar dat heeft vooral zin als er ook geluisterd wordt.
Ik heb nog een andere wens richting kunstenaars die mij als muze zien: maak gebruik van de tijdelijkheid. Plaats kunstwerken bij mij en op mijn oevers die tijdelijk een statement maken, tijdelijk op de tijdgeest ingaan. Want bijna net zo’n groot schrikbeeld als ingekapseld te worden door de mens, is het voor me om te verworden tot een gezapige beeldentuin.
Als het aan mij ligt, vinden we schoonheid, inspiratie én verandering in kunst. En koesteren we de kunstwerken die dat bewerkstelligen en die vervolgens een echo achterlaten in mijn landschap.
Mieke Conijn
directeur IJsselbiënnale