Het landschap aan het woord
Een brief aan de IJzer en de IJssel
hoogwater IJssel
hoogwater IJzer
Sint-Amands, Terwolde, 7 december 2023
Lieve IJzer, lieve IJssel
We hebben een plan, een plan om samen te werken. Een internationaal project. Daarvoor moeten we eerst de situatie uitleggen.
Sinds een paar weken, vanaf begin november, is het IJzerbekken weer helemaal volgelopen. De broeken staan tussen Roesbrugge en Diksmuide helemaal blank. Het water heeft moeite om via de sluizen in Nieuwpoort afgevoerd te worden. Dergelijke herhaalde overstromingen komen al sinds de middeleeuwen voor, dus op zich niets nieuws. Maar men is het niet meer gewoon, alles wordt nu direct toegeschreven aan de klimaatverandering. De graaf van Vlaanderen nam al in de 12e eeuw maatregelen tegen de overstromingen of het omgekeerde, namelijk het tekort aan water tijdens droogtes.
Er was niet veel schade, want normaal wonen er geen mensen in de broeken, omdat men weet dat men daar niet moet wonen, de dieren waren gewoon op stal en het opstuwende water reikte tot net aan het boerenerf.
Naar aanleiding van de overstromingen van de IJzer is er nu de discussie: baggeren en dijken aanleggen of geen dijken, maar ruimte voor de rivier; en daarbij dan iets van vroeger overnemen: de broekers weer activeren die al sinds de middeleeuwen de broeken, te vergelijken met de uiterwaarden, beheren.
Bestuurders zijn veelal voor verharding zoals dijken en meer baggeren; anderen zoals hydrologen, natuurvolk, milieuhistorici kiezen voor het open houden van de broeken en de rivier meer ruimte geven.
Geen bedijkingen, dat had de graaf van Vlaanderen al begrepen. Daardoor vormt tot vandaag het stuk rivier tussen Roesbrugge en Diksmuide één grote kuip, terwijl van Diksmuide tot Nieuwpoort de rivier is ingedijkt. Het was ook in dit stuk IJzer dat tijdens de eerste Wereldoorlog de frontlinie liep; aan de ene kant de Belgische, aan de andere kant de Duitse soldaten.
Minister Alexander De Croo kondigde een plan aan voor de Westhoek, met nieuwe dijken, meer pompen en meer baggeren.
Volgens Tim Soens, hoogleraar milieugeschiedenis aan de Universiteit Antwerpen, is dat niet de oplossing. Hij schreef er het volgende over in De Morgen (18 november 2023).
“Of hogere dijken én meer baggeren het recept voor de 21ste eeuw zijn, valt te betwijfelen. Dijken hebben nooit overstromingen tegengehouden, het water vindt zijn weg, over, door of onder de dijk. Bovendien hebben we er alle belang bij het land niet langer leeg te baggeren en te draineren, maar het water juist langer bij te houden. Naast intense regenval, belooft de toekomst immers ook meer periodes van droogte.
Net als in 1914-18 ligt de redding van de IJzervlakte in de broeken, die onder water kunnen én mogen lopen. En die dat eigenlijk eeuwenlang elke winter deden, en daarbij de rijke graslanden creëerden die de Diksmuidse botermarkt haar naam en faam bezorgden.
Soms was het water te overvloedig en al in de veertiende eeuw werden heroïsche wateroorlogen uitgevochten tussen de ‘Oostbroekers’ (Esen, Werken, Handzame en Zarren), de ‘Utebroekers’ (Merkem, Woumen en Noordschote) en de stroomafwaarts gelegen polders over de vraag wiens water nu eigenlijk verantwoordelijk was voor een overstroming of dijkdoorbraak.
Ook de middeleeuwse grootstad Ieper keek nauwlettend toe, want de kanalen, die de IJzer al vanaf de dertiende eeuw ontdubbelden, werden ook voor scheepvaart gebruikt. Na 1350 kwijnde de Ieperse textielindustrie weg, maar de ‘broekers’ bleven en hielden tot de vroege 20ste eeuw een waardevol landschap in stand, waar water niet de vijand was, maar sappig gras, rijke hooioogsten en een bijzondere biodiversiteit opleverde.
Door te overstromen, zorgden én zorgen de broeken ervoor dat niet elke periode van intense regenval een ramp wordt. Paradoxaal genoeg worden die overstromingen zelfs in de Westhoek vandaag toch als een ‘ramp’ ervaren, en klinkt de roep om meer controle en hardere infrastructuur. De broeken kunnen veel, maar ze kunnen niet verhinderen dat eens om de zoveel jaar een aantal huizen onder water lopen – zeker niet als die huizen laaggelegen zijn.
[…] Er zijn wel nog broeken, maar nauwelijks nog broekers. Broekers zagen de jaarlijkse overstromingen graag komen, want ze zorgden voor hooi en boter. Eens in de zoveel decennia was er te veel water, maar dat overleefde men wel. […]
Misschien moeten we met zijn allen weer broekers worden?”
Aldus Tim Soens.
In Nederland heeft een vergelijkbare maatregelendiscussie plaats. Drastisch verhogen van de dijken - tot zes meter – of meer ruimte voor de rivier. Het zojuist afgesloten project Ruimte voor de Rivier levert de eerste ervaringen.
Want, hoewel door het project het wateroppervlak groter geworden, is de vraag wat het oplevert. Door de klimaatverandering zullen dergelijke hoogwater - maar evengoed laagwater situaties veel meer (en heviger) gaan voorkomen.
De vraag is dan of door het graven van geulen en het verdiepen van de uiterwaarden, bedoeld om overstroming tegen te gaan, de verdroging niet veel sterker optreedt dan zonder die ingrepen. Immers sneller afstroom betekent minder aanvulling van grondwater. Chris Griffioen schreef erover.
Nu ons idee.
Jullie, IJzer en de IJssel, hebben wel wat met elkaar.
De naam is al zo gelijkend, IJzer en IJssel!
Het belangrijkste: alle ellende begint in het buitenland. Bij de IJzer in Frankrijk en bij de IJssel in Zwitserland/Duitsland/België Daar zou meer water opgevangen, gebufferd moeten worden zodat er minder water-in-vloedgolven naar hier komt.
Er is trouwens een traditie in België dat overheden waar een rivier die in hun stad langs stroomt, de bron van deze waterloop aankopen. De liefde van de stad voor hun rivier was groot. De bron van de Schelde is zo een tijdlang in handen geweest van de stad Antwerpen.
Misschien moeten we dat met de IJzer ook maar doen. Maak de band met een bij momenten balorige rivier en zijn oeverbewoners maar groter.
Alle bronnen van de IJssel opkopen is te prijzig.
Het lost het hoogwater ook niet op.
Alle twee hebben jullie, IJzer en IJssel, ook iets met de oorlog: de IJzer was tijdens de eerste Wereldoorlog de frontlinie met aan de ene kant het Belgische, aan de andere kant het Duitse leger. De IJsselvallei is dat lot bespaard gebleven, die zou ten tijde van de koude oorlog het strijdtoneel vormen. Langs beide rivieren liggen nog de verdedigingswerken.
Toch ook veel verschillen. In lengte: de IJzer 73 km lang, de IJssel 125 km. De IJssel is onderdeel van dat machtige Rijn-systeem, de IJzer is een rivier-op-zich. De IJzer watert direct af in zee, de IJssel heeft het IJsselmeer. De IJzer is een regenrivier, de IJssel niet. Hoewel, dit hoogwater was vooral regenwater.
Maar toch. Laten we contact houden en zeker nu het gaat over de gevolgen van klimaatverandering - want dat staat als een paal boven water, de overstromingen hebben echt te maken met wat we het klimaat aandoen – kunnen we tenminste informatie uitwisselen.
We gaan bij elkaar op bezoek. Wandelen langs beide stromen.
‘De IJzer anders’.
Groetend,
Carlo Jengember
Gerard Hendrix