Het Landschap aan het woord

IJze

Het landschap bekoort en verbindt, de IJssel beweegt en spreekt 

 

Het is windstil, muisstil. Niemand te zien, geen geluid, betoverende rust en het water in de IJssel spiegelt glad met heldere beelden. 

IJze ziet aan de overkant van de IJssel het profiel van Hattem met zijn markante kerktoren en het spiegelbeeld ervan in het water. Hij loopt als ‘door een magneet getrokken’ naar de IJssel, en volgt het pad naar het pondje bij Oldeneel. Genietend van het uitzicht ziet IJze vanuit zijn ooghoeken plotseling dat hij toch niet alleen is. 

Een grote groep ganzen in het gras vlak bij het water. Hij staat stil en twijfelt wat te doen, rustig erlangs lopen of kalm omdraaien en meer afstand nemen? Zijn wens om naar het water te gaan wint het en voorzichtig loopt hij verder. En dan…plotsklaps, alsof een dirigent daar een teken voor geeft, breekt er een enorm kabaal los. Het lijkt wel een aanval, ganzen scheren snaterend en kwetterend over hem heen. Snel en massaal. Betoverend en indrukwekkend. IJze heeft dit nog nooit gezien en gehoord en het is zo dichtbij. Hij voelt zich opgenomen en opgetild in dit natuurgebeuren. IJze ervaart in dit moment een diepe verbondenheid met de vogels. En iets later voelt hij zich ook verbonden met het langzaam wegsterven van het gekwetter, en met de plek waar hij staat, en daarna met het terugkeren van opnieuw de rust en de stille betovering ervan.  

Hij wandelt verder. Er is niemand bij de steiger, ook geen pondje. Het is ook een maandag in de winter. Hij staat daar en krijgt een topervaring: alles valt op zijn plek. “Nu kan ik van deze momenten intens gaan genieten: ik ben met pensioen!” 

Teruglopend krijgt hij een idee en energie borrelt bij hem boven: ik ga door met activiteiten en nu met projecten en initiatieven voor behoud van de natuur bij de IJssel. 


IJze in beeld

 

IJze is een levensgenieter. Nu met pensioen wil hij meer tijd en ruimte maken daarvoor. Hij is iets langzamer dan de gemiddelde collega en gericht op kwaliteit, en dat kost meer tijd. Bij taken en initiatieven pakt hij dat serieus op en verdiept zich in (verliest zich in) allerlei onderwerpen. Nu hij met pensioen is, leest hij veel over de IJssel en onderwerpen die daarmee samenhangen. Een actueel voorbeeld: al fietsend over de IJsseldijk vraagt hij zich af hoe vroeger het transport over de IJssel ging. En vooral: hoe ging dat tegen de stroom in toen er nog geen motorische aandrijving was? Dat is een prikkelende vraag, hoe deden onze voorouders dit?. Denkend hierover gaat IJze aan de IJssel zitten en neemt wat te eten en heeft een klein flesje wijn om de dag te vieren. Het is lekker weer om in het zonnetje lunchen. Een boterham met pindakaas, koude thee en daarna een wit wijntje. IJze geniet ervan.

 

De IJssel spreekt: de reis van volle kruiken

 

“Dag IJze, schrik niet”, klink een stem, “ik leef al zo lang en kan je daarom veel vertellen”. 

De stem gaat verder. "Jij houdt van een wijntje. Ik heb al heel wat wijn vervoerd via de Rijn en de IJssel van af Keulen naar Zutphen, Deventer, Zwolle en Kampen. In het stadhuis van Zwolle, in het wijnhuis, hielden de bestuurders en hun gasten er nogal van. Jij wilt weten hoe dat toch opgelost werd met de terugweg naar de wijnstreken en steden aan de Rijn? Ja, de vraag is een goeie, en de oplossing ook. Wat ik mij herinner: de wijn ging in kruiken of vaten en die werden verscheept in platbodems van ongeveer 12 meter lengte met weinig diepgang. De naam voor het vaartuig was Loerdenne, gemaakt van dennenhout. Het is een laatmiddeleeuwse vorm van een Rijnaak. De Loerdenne werd geboomd en voorzien van een zeil voor als de wind gunstig was, en kon natuurlijk ook de stroming benutten van uit Keulen in de richting van de IJsselsteden. Voorttrekken op het jaagpad door mens of dier is voor een Loerdenne lastig, een platbodem is niet koersvast. Na het lossen werden de boten uit elkaar gehaald en de balken en planken hergebruikt. Misschien dat er ook schepen in onderdelen mee teruggingen naar Keulen op ossenkarren, wellicht dan met de tocht van de kuddes ossen van Zwolle naar Keulen. Maar dat kon ik niet zien, dat ging over land. Als je meer wil weten kom dan vaker langs!"

 

IJze was ‘paf’ en blij met deze kennis van de sprekende IJssel. Wijn zal toen wel duur geweest zijn als het zo ging, dacht hij. Er werd nogal gedronken want het kon, de Hanze bracht voldoende welvaart. Praktisch en slim was het om de wijn aan te lengen met water.  

De Hanzeboog

 

IJze is thuis al een hele tijd aan het lezen. Hij heeft zin om weer wat te bewegen en stapt op de fiets. Er staat een harde noorderwind en het is koud: waterkoud, bitterkoud! Bij de IJssel aangekomen gaat hij naar de Hanzeboog, de nieuwe spoorbrug bij Zwolle. Hij zet de fiets neer en loopt ineengedoken over het fietspad van de brug tot boven het midden van de IJssel. Hij trekt zijn wollen sjaal nog wat hoger op en sjort zijn capuchon wat strakker aan. Het uitzicht is levendig: de noorderwind stuwt flinke golven tegen de stroomrichting in en het water spat van de toppen verder met de wind mee. Rechts heeft IJze zicht op Hattem en links op Schelle en Oldeneel. In de uiterwaarden ziet hij ook de resten van de twee woningen die nu omgevormd zijn tot rust en overwinteringsplaatsen voor vleermuizen. Dit is ook de plek waar voorheen een steenfabriek stond: Het Tichelwerk. Richting zuiden maakt de IJssel een flauwe bocht naar links richting Schelle en Oldeneel. Deze gebogen lijn van de IJssel krijgt een mooie omlijsting en accentuering door de aanlegpalen voor de scheepvaart en de kribben daartussen. Ondanks het ruige weer is het een aantrekkelijk levendig schouwspel. IJze denkt: “Fijn om de natuur te beleven in deze omstandigheden, wel even flink zijn om naar buiten te gaan en de wind en kou te trotseren. Een goede manier om het hoofd leeg maken.”  

  

De IJssel wonderstroom

"Ja, IJze, het is nu woest en koud, maar jij kunt straks weer naar huis. Wat jij nu koud vindt is van een heel andere orde dan de lange periodes van de IJstijden die ik mee maakte en moest doorstaan. Heel woest en koud. Weet je dat ik ooit de Rijn was? En dat ik telkens plotselinge en ook langzame verleggingen van mijn bedding meemaakte?  Je kunt het je niet voorstellen maar een periode heb ik zelfs gestroomd naar het zuiden! Als ik hierover vertel kan ik niet ophouden, ik herbeleef dan alles intens. Het is ook nog een heel lang verhaal. Wel spannend. Een andere keer misschien? Ga nu maar naar huis, want je hebt het koud, zie ik." 

De Hazenboot van Thijs Kwakkernaak, 2017

“Een beeld dat gaat over verbondenheid met je omgeving. De hazen op deze boot, uitgestrekt en genietend staan symbool voor ons, voor wie op deze eindeloos mooie plek thuis mag zijn.” 

Ad van Halem
Al 50 jaar woon ik in Zwolle. Fotografie is een hobby en gaan schrijven is nu de uitdaging.