Het landschap aan het woord

de IJsselmonding 

Voorbij Zwolle wordt de IJssel geleidelijk aan breder en lijkt het een zich traag voortbewegende stroom te worden. De rivier nadert haar eindbestemming. Immers alle rivieren stromen naar de zee. Zo was het vroeger althans ook met de IJssel of in haar oude Romeinse naam Isala. Heden ten dage, sinds 1932 is die (Zuider)zee een binnenmeer, het IJsselmeer.

Wanneer je de IJsselmonding nader beschouwt, en zeker in de context van de voormalige Zuiderzee, dan kun je spreken van een estuarium. Zoet en zout water ontmoeten elkaar in het mondingsgebied van de IJssel. De Ketel en Ketelmeer. Een veelzeggende naam die bij binnenvaartschippers nog steeds veel ontzag inboezemt. Want het kan er tekeer gaan als in een “heksenketel”

Het oude mondingsgebied bestond uit vele geulen en zijarmen die min of meer parallel met de hoofdgeul uitmondden in zee. Een groot aantal van die geulen is verdwenen. Drooggelegd of afgesneden, zoals het Noorddiep. Wat er nog over is en min of meer in open verbinding staat met de randmeren zijn Goot en Ganzendiep. Tegenwoordig mag je daar het Reevediep ook toe rekenen dat uitmondt in het Drontermeer-Vossemeer.

De IJssel en IJsselmonding is van oudsher een belangrijk visserijgebied geweest. In de achterliggende decennia is de beroepsvisserij geleidelijk aan afgenomen, maar de hobbymatige visserij enorm toegenomen. Van heinde en ver komen mensen langs de boorden van IJssel en op het water om te vissen. Vooral snoekbaars  en aal zijn populair. En als je al geen vis vangt dan is het er nog heerlijk toeven vanwege de ruimte die nog in het omringende landschap aanwezig is, de hoge luchten en vaak snel veranderende weersomstandigheden. Het Keteleiland is een historisch belangrijk gebied en wordt door de gemeente Kampen gekenschetst als het 'erfgoed der vaderen'. Lange tijd had het eiland een eigen beheerder.

Het Ketelmeer heeft tot de jaren '90 veel te lijden gehad van ernstige vervuiling omdat het als afvoerputje van Nederland werd gebruikt. Door Rijkswaterstaat, directie IJsselmeergebied, is in de jaren '90 begonnen met de sanering van de waterbodem wat heeft geleid tot de aanleg van een kunstmatig eiland, IJsseloog. Daarin zijn miljoenen kubieke meters ernstig vervuild slib geborgen. Daarnaast werden er in het kader van 'Ruimte voor de Rivier' nieuwe eilanden – platen (5) - opgespoten in het mondingsgebied. Die laten een explosie aan unieke natuurontwikkeling zien. Er zijn zich daar prachtige ooibossen aan het ontwikkelen, rijk aan vogel- en dierenleven en ook diverse plantensoorten. Wat eens moet zijn geweest, keert terug. 
Wat ontbreekt is een natuurlijk peilbeheer van de IJssel en IJsselmeer, hoog in de winter en lager in de zomer. Helaas ontbreekt ook de ijsgang. Beiden zijn twee belangrijke instrumenten voor de natuur om landschap en ecosysteem met elkaar te verbinden en te vormen. 
Er is al veel goed gedaan, maar het kan nog beter. Het is een uniek gebied in wording, voor Nederlandse begrippen redelijk fors van omvang, een kleine 1.000 ha groot.

Het is een prachtig gebied om het te beleven, tot rust te komen en puur te genieten, onder alle omstandigheden. Of het nu stormweer is of een stille zomeravond bij een traag ondergaande zon in goud en vurig rood.

Bedreigingen zijn er ook vooral in visuele zin. Onder meer de oprukkende industriële activiteit op het Kampereiland – Haatland en Zuiderzeehaven. Toenemende druk door scheepvaart en vooral ook de enorme lichtvervuiling bij avond en nacht die met een surrealistische uitstraling avond en nacht verstoort. En laten we niet vergeten dat dit ook effect heeft op de natuur. 

Daarnaast is er de gemotoriseerde recreatievaart in allerlei vormen en de herrie. Het gehele gebied staat gelukkig onder bescherming van Natura 2000. Maar de druk is groot. 
De oproep is dan ook, geniet er van in al zijn hoedanigheid, maar betoon diep respect voor het gebied en zijn nieuwe en dynamische natuur die we in dit overvolle land broodnodig hebben.

 

Om met Ida Gerhardt te spreken die de IJsselnatuur zeer was toegedaan ook in haar gedichten:


"Dan zie ik water, riet,

en eindeloos verschiet

De vogels, fel bespied

Reiger en karekiet.

 

Zie gij dit alles niet?

 
Gezegend wie het hoort!"

 

Uit de bundel Het Veerhuis – “De Revier”

NB: “revier” is conform de spelling die toegepast is in het gedicht – het dialect van de streek.

Lammert Kragt
Opgegroeid tussen boorden, beemden en ommelanden van de IJssel. Een land van water, wolken, luchten en een regenboog aan kleuren.