Het landschap aan het woord
De IJssel, geen besef van tijd
Toen ik 6 jaar was, verhuisde ik vanuit de drukke stad Zwolle, samen met mijn ouders en oudere zus naar het rustige en toen nog enigszins verkeersveilige ’s - Heerenbroek.
's- Heerenbroek, een lintdorp gelegen aan de mooiste meander van de IJssel was toen nog echt een uithoek. Stadshagen bestond nog niet, dus verhuizen naar dit dorp betekende toen echt ver weg van de stad en van alle voorzieningen. We betrokken een kleine, niet-geïsoleerde doorzonwoning uit de jaren ‘30, die mijn vader met moeite wist te financieren van zijn kunstenaars- en tekenlerarenloon. Mijn opa stond borg voor deze droom die mijn vader altijd had, midden in de natuur te wonen samen met ons.
De tuin had een grasveld met enkel en alleen een paar coniferen. De tuin veranderde langzaam, en door harde werken van mijn ouders, in een groen paradijs waar wij onze eigen groenten verbouwden, kippen hielden en bijenkasten hadden.
Daar woonden we aan het veerpad. Een smal paadje voor ons huis - waar nog geen auto’s reden - bracht je zo naar de IJssel. Op nog geen steenworp afstand lag dit paradijs. Als jong meisje mocht ik alleen naar de IJssel, ik had mijn zwemdiploma’s tenslotte op zak. En aan de IJssel was ik dan ook ‘bijna’ elke dag te vinden, in elk seizoen.
Na schooltijd was het thuis een kopje thee met biscuitje en weer door naar buiten. De dagen leken eindeloos lang te duren, iets wat bij de jeugd schijnt te horen. Ik herinner mij dat er toen ook vaak koeien graasden; tegenwoordig lopen er veel schapen en paarden.
Een van mijn eerste ervaringen was kennismaken met de bewoners. Deze leken een andere taal te spreken. Mijn zus durfde nauwelijks naar buiten, omdat ze dacht dat we naar het buitenland waren verhuisd. Gelukkig kwamen we er gauw achter dat het dialect was en voelden ons ook door de bewoners welkom geheten. Sommige mensen keken nog wat met argusogen naar ons hippie gezin, maar mijn vader had het dialect al snel onder de knie en maakte met iedereen een praatje. Wij kwamen op de Prinses Juliana school bij ons op de hoek en kregen ook vrienden in de buurt.
Voor mij was het buiten zijn, als buitenkind, een zegen, een eindeloze ontdekkingstocht vol met avonturen. En die beleefde ik volop aan de IJssel. Een daarvan was het melken van koeien, dit wilde ik altijd al eens proberen. Dus ik ging met een schaaltje onder de arm naar de IJssel om een koe te melken en met een beetje pijn en moeite kwam ik dan toch met een schaaltje melk thuis.
Met de IJssel was er een hoop speelplezier, gratis en voor niets. Bijvoorbeeld koeienvlaai stampen was een favoriete bezigheid, in de zomer met de blote voeten in een vlaai gaf een leuke sensatie. Eindeloos huttenbouwen aan de rand van de IJssel, vlechten van wilgen om een hut die boven de IJssel hing, stevig te maken.
Schat zoeken, struinen langs de oever naar alles wat was aangespoeld. Wat mooi was nam je dan mee naar huis. Vissen met wormpjes, thuis pieren zoeken. Daar vingen we geregeld wat vis mee. Van de dijk rollen was ook super in de zomer door het hoge gras. In de winter met een slee over de sneeuw van de dijk. Zwemmen op het strandje aan de overkant, je mee laten drijven en verderop weer aan de kant komen. Toen wij iets ouder waren, aan de boei hangen. Heel gevaarlijk, want met een vrachtschip er vlak langs kon je meegezogen worden. Ik heb één keer over de IJssel gezwommen, halverwege was de stroming zo sterk, dat ik besefte dat mijn actie niet zo slim was. Gelukkig kwam ik verderop, vermoeid, weer veilig aan de kant. Hoog water was ook spannend, varen met een opblaasboot kon over de weilanden die onder water stonden.
De dijk is ook verhoogd in 1995. Ik weet nog dat vlak na de dijk verhoging - de dijk was toen nog kwetsbaar - het water zo hoog stond dat er op de dijk mensen in oranje hesjes patrouilleerden om in de gaten te houden dat er geen dijkdoorbraak kwam.
Ook een aantal personen is mij bijgebleven. O.a. Gait Woning, de veerman, die toen nog in een kleine ijzeren roeiboot de fietsers overbracht. Je mocht wel eens gratis mee, heen en weer. Je moest dan wel helpen. Met een beetje geluk kreeg je een koetjesreep toe en een hand gras in je nek, want hij hield van grapjes.
Soms denk ik weemoedig terug aan die tijd. Nooit zal de IJssel meer, zo eindeloos zonder besef van tijd beleefd worden. Ik wens het mijn zoon van 7 jaar, van harte toe. Geen iPad, geen tv, maar voldoende vriendjes en avonturen om buiten aan de IJssel te beleven.
Ik ben nu, na jaren weggeweest te zijn en na het overlijden van mijn ouders sinds 6 jaar teruggekomen in het ouderlijke huis. Een plek waar mijn ouders nog af en toe voelbaar zijn. Waar ik samen met mijn man en zoon de magische tuin en IJssel mag beleven. Een plek midden in de natuur, ondanks dat Stadshagen ons dreigt op te slokken.
Ik gun iedereen zo’n plek, een plek met geen besef van tijd, aan de IJssel.
Hanneke Hofman