Het Landschap aan het woord
de Droom
Soms ben ik net een mens. En droom ik. Ik denk me in hoe ik zou kúnnen zijn, hoe ik recht zou kunnen doen aan al mijn gebruikers, aan mijn volledige existentie. Hoe ik de uitdrukking zou kunnen zijn van een gelukkig land, gelukkige mensen, een evenwichtige ecologie, van het volle en waardige leven zelf.
Ik droom ervan dat mijn makers, jullie dus, over je deelbelangen heen zullen stappen en je echt verdiepen in alles wat met mij samenhangt: het bodemleven, de lucht, het water, plantengemeenschappen, symbioses, productie, wonen, werken, leefbaarheid. Ik droom ervan hoe mensen van overal uit de wereld een plaatsje bij mij kunnen vinden en met plezier in mij wonen en werken. Hoe dieren in mij kunnen leven naar hun aard, ook al worden ze letterlijk uitgemolken en opgegeten. Hoe er een evenwicht bestaat tussen gebruik en beleving. Hoe zou de balans zijn tussen natuur en cultuur, tussen winst en overwinst, tussen leven en laten leven. Hoe zou ik er dan uitzien? Dat ik in al mijn verschijningsvormen toegewijd en inclusief ben. Dat ik toekomstbestendig ben, duurzaam zoals jullie zeggen. Waar droom ik nu echt van?
Ik stel me een IJsselvallei voor waar misschien wel 3x zo veel mensen wonen dan nu. Kernen zijn geconcentreerd en aanzienlijk uitgebreid t.b.v. de eigen aanwas en voor nieuwe Nederlanders, arbeidsmigranten, vluchtelingen en legitieme gelukzoekers. Prachtig om te zien dat overal het gemeenschapsleven opbloeit en winkels, scholen en voorzieningen (weer) op peil zijn gekomen. Ruimte zat! Tussen de kernen ben ik een lust voor het oog met een veelheid aan diverse gewassen. Alleen de laagste delen zijn nog in gebruik als weiland. De uiterwaarden zijn volledig ‘rewildered’ en staan zo om de 10-15 km met robuuste verbindingszones in direct contact met het Veluwemassief. Ik zie een prachtig recreatief gebruik van mijn natuur. Wat ik heel erg mooi vind is dat er bevloeiingszones zijn ingericht waardoor bij hoog water grote gebieden kunnen inunderen en daardoor ook langzaam ophogen waardoor het gebied toekomstbestendig blijft en bovendien de natuurlijke vruchtbaarheid op peil blijft. Het kán!
De streek is behalve in haar energiebehoefte grotendeels zelfvoorzienend op het gebied van voedsel, inclusief oliën en vetten, suikers, eiwitten en koolhydraten, kruiden, wijn, bier en frisdranken. Dankzij prachtige nieuwe bossen en effectief gebruik van laanbomen en bijvoorbeeld bamboe, én door een slimme uitwisseling met de Veluwegebieden is ook een groot deel van de behoefte aan bouw en brandhout regionaal gedekt. Oude tuinbouwgebieden beleven een tweede jeugd en in de hele IJsselvallei kent de fruitteelt een opleving, nu inclusief kleinfruit en moderne gedomesticeerde vruchtgewassen zoals grootvruchtige variëteiten van kornoelje, vlier, honingbes en verbeterde rassen van walnoot, pecannoot, hazelnoot etc. Oogstbare veredelde wilde heesters sieren mij overigens overal als onderdeel van nieuwe hagen, singels, bosschages en poelen. Tezamen vormen zij een renderend landschap. Het kán!
Veel van de bedrijven maken gebruik van nieuwe meente modellen, commons zoals veel mensen ze persé willen noemen, waarbij de bewoners op één of andere manier delen in de productie of in het risico. Ook het grootste deel van mijn natuur wordt middels meentes beheerd zodat je mooi kunt zien hoe bewoners verantwoordelijkheid dragen voor hun leefomgeving. Hier en daar zie je goed in het groen gestoken gebouwen. Het blijken coöperatieve verwerkingsfabrieken te zijn die door hun streekgebondenheid hele lage logistieke, management en PR kosten hebben en daardoor prima blijken te kunnen concurreren met het grootwinkelbedrijf en multinationale voedingsconcerns. Ook hierdoor beleefden de meentes en daarmee de sociale gemeenschap een opleving: het loont om er deel aan te nemen. Het kán!
En in een uithoek van mijn dromen, helemaal op het puntje van mijn wolk, zie ik een gemeenschap van mensen die dankzij o.a. mijn gulle inrichting zich voor een groot deel heeft weten los te zingen van alle grote machten die hen regeren, van veeleisende toeleveranciers, banken en een immer onberekenbare overheid. Ik zie een lokale economie die voor een heel groot deel gevestigd is op basis van mijn inrichting, van voedselvoorziening tot recreatie, van bouwen tot onderwijs, energievoorziening en natuuronderhoud, zorg en cultuur. De meeste mensen werken maar 2-3 dagen per week voor een baas en de rest van hun behoeften worden ingevuld middels ruil: geen bullshitjobs meer dus maar zinvolle zelfgekozen arbeid. Dat zou allemaal kunnen. Dat zou allemaal kunnen als je er maar in gelooft en niet bang bent. Ik droom ervan dat jullie inspiratie vinden bij grootse streekgenoten als Geert Groote, Thomas à Kempis en niet te vergeten Erasmus die in hun voetsporen hier zijn vorming onderging. Zij durfden nieuwe wegen in te slaan en het oude achter zich te laten. Daarom! Wees niet bang voor nieuwe vormen van samenleven of dichter bij huis, nieuwe gewassen, andere teeltsystemen, nieuw ingevulde landschapselementen, nieuwe bedrijfssystemen, nieuwe mensen, verandering. Alles stroomt, altijd.
Dat allemaal droom ik soms.
-------------------------------------------------
Ter inspiratie (vanzelf gaat niks):
- Elinor Orstom. Governing the Commons. The Evolution of Institutions for Collective Action. 1990.
- G.J.Jansen. Kleinschaligheid als alternatief. Nieuwe Meentes in een nieuwe economie. 2014.
- David Graeber. Bullshit jobs: A Theory, 2018. (Ned. Vert. Over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden, 2018).
- Merlin Sheldrake. Verweven Leven. De verborgen wereld van schimmels. 2020.
- Marguerite van den Berg. Werk is geen oplossing. 2021.
- Sandra Langereis. Erasmus dwarsdenker. 2021
- Gertrud Blauwhof c.s. (red.). Naar een circulaire economie. Manifest voor transitie en regeneratie. 2022.
- Paul Cobben. Marx bevrijd. Natuur en vervreemding in de 21e eeuw. 2022.
- Marian Donner. De grote weigering. Hoe kan een samenleving een alternatief vinden voor een leefwereld waarin ze zichzelf ongemakkelijk begint te voelen? 2022.
- Jan J.B. Kuipers. Dwepers en dromers. Tegenculturen in Nederland 1890-1940. 2022
Gert Jan Jansen
Een leven lang gewas- en landbouwvernieuwing in (exotische) groenten en eetbare wilde planten, sociaal en renderend. Xotus Delft (1983-2002), Hof van Twello (2003-2020), Florae Renderend Landschap (v.a. 2021).