Het Landschap aan het woord
Vierkant en Rond, Dik en Dun
Mensen bedenken van alles om te kunnen beschrijven hoe de wereld volgens hen in elkaar zit.
Zo hoorde ik over vierkante en ronde boeren. Je kunt er je alles bij voorstellen. De hoekige, scherpe, trekkerboeren die bulk produceren en die voor niemand aan de kant gaan. En de ronde boeren, als tegenovergestelde: zacht, meegaand, aanpassen, de grond bepaalt hoe er geboerd moet worden. Man, vrouw. Minder of minder oog voor welvaart of welzijn.
Of een dergelijke tweedeling de discussie makkelijker maakt?
Michiel Flooren, lector aan Saxion, reikte me een ander begrippenpaar aan. Een dikke of een dunne regio. Iets abstracter dan de vierkant en ronde boeren.
De dikke regio is een regio die het goed heeft getroffen met zichzelf: zit boordevol eigenheid en streekeigen, een eigen dialect. Van oudsher. Iedereen weet wat de streek voorstelt. Mensen weten elkaar te vinden zoals adel met elkaar omgaat: je hoeft je niet te introduceren want de grondwaarden zijn bekend. Een dikke streek heeft het graag over identiteit. Twente is een mooi voorbeeld van een dikke regio. De Achterhoek ook. De Veluwe ietsje minder maar toch ook. Een dikke regio hoeft zich niet telkens uit te vinden: die bestaat en is vooral overtuigd van eigen kunnen. Dat is gelijk ook de makke want de dikke regio is zelfgenoegzaam en in zichzelf gekeerd.
Dan de dunne regio: een streek die samenwerkt, samen moet werken, maar niet direct een eigenheid heeft. Is vaak krampachtig. Zwolle-Kampen een voorbeeld van een dunne regio: de grote en de kleine stad, de nieuwe stad en de oude. Praten bestaat uit onderhandelen en elkaar al dan niet iets gunnen. De Stedendriehoek, ook zo’n construct: drie steden en een paar plattelandsgemeenten. Voor het geld bijeen gekomen, ‘gemeenschappelijk regeling’, ‘de regiodeal’, of een ander beleidsprogramma waarvoor samenwerking een eis is. Toen de Stedendriehoek, Clean Tech Regio werd, werd de regio nog dunner. Stedendriehoek zei mensen niets, laat staan Clean Tech. Om de term te kunnen waarderen moet je al van goede huize komen.
Zoals Flooren terecht zegt, een dergelijk dunne regio valt onmiddellijk uit elkaar als het beleidsprogramma ophoudt. De Veluwe zal wat dat betreft nog wel even voortbestaan als het Masterplan Veluwe op 1 afloopt, maar heel dik is ze ook niet.
Even tussendoor. Mooi voorbeeld is de huidige discussie over de kloof tussen stad en land. Die wordt almaar groter: beide, de stad en het platteland worden als geheel steeds dikkere regio’s. De laatste jaren doet het platteland verwoede pogingen om zich apart te zetten: het platteland is, noem maar op, vol naoberschap, traditioneel, eigenzinnig. Het is allemaal brommer kiek’n, Paasbulten en motorcross. De stad is – in plattelandsogen - woke, steeds minder Nederlands met steeds minder Nederlanders.
Het mag wel ietsje dunner.
Wat is de IJsselvallei dan?
Zeker geen dikke regio. Zal het ook nooit worden. De Hanze of Geert Grote als smaakmakers voor de IJsselvallei, komen nauwelijks verder dan een wervende folder.
Een dunne regio? Er moet ineens een schip met geld langskomen, want dan is samenwerken belangrijk. Misschien dus als de volgende fase van werken aan waterveiligheid hier een plek moet krijgen. Dan zal er nog heel wat water door de IJssel ……
Het boeit ook niet. Als Landschap heb ik met veel meer partijen van doen dan alleen die overheid die zich op een bepaalde manier in dikke of dunne regio’s organiseert. Ik zou het liever over een netwerk hebben. Telkens wisselende doelen, ambities, aanleidingen en telkens bedoeld om het Landschap als landschap overeind te houden. Dik of dun, vierkant of rond, het zal wel.
Voor mij zijn de mensen het belangrijkste, zij zijn de dragers van een regio. Met hun trots, eigenwaarde en betrokkenheid. Het blijft zonder bewoners – zie de Stedendriehoek – allemaal een bestuurlijk speeltje. Hoe innig de IJsselgemeenten ook zouden willen samenwerken.
Gerard Hendrix