Het landschap aan het woord

de IJsel


Ruim een eeuw geleden verscheen het Verkade-Album ‘De IJsel’ (1916) van Jac. P. Thijsse (1965-1945). Thijsse was onderwijzer, schrijver en natuurbeschermer. Hij stond aan de wieg van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland. Naast de spelling van de rivier, is er natuurlijk nog veel meer veranderd in honderdzeven jaar tijd. Recreatie was in 1916 een onbekend woord, natuurbescherming als begrip was net ‘uitgevonden’. Voor Thijsse was de kwaliteit van het water nog geen onderwerp van discussie. 

Als inwoner en burgemeester van de gemeente Voorst vind ik het aardig om wat anekdotes aan te halen uit dit Verkade-Album die over onze contreien gaan. De rivier staat niet op zichzelf. Het landschap wordt er door gevormd. De rivier verbindt en verdeelt. 

Tijdens de tocht van Thijsse door Voorst schrijft hij onder meer het volgende: “Wie langs den grooten weg van Apeldoorn naar Zutphen fietst, treft dien dijk in de buurt Appen en daar liggen er ook kolken of wielen aan. Even voorbij het kruispunt ziet ge hem weer linksaf gaan, vlak bij dien ouden scheeven, schilderachtigen watermolen, waar altijd wel een teekenaar of een fotograaf bezig is, want die kunnen dat ding niet met rust laten. Wat ze moeten beginnen als het mooie krotje binnenkort in elkaar valt, weet ik niet, maar ’t zal ook mij geweldig spijten, want duizenden menschen hebben plezier aan dat molentje.”

De tocht gaat verder langs een smal slootje dat Thijsse ons voor wil stellen “als een Oude IJsel, waar in de 17e eeuw nog schepen voeren, want dit bed was toen op zijn minst even belangrijk als het oostelijke, dat wij nu naderen. Achter hooge populieren en iepen verrijst een dikke, vierkante, antieke toren met een nieuw uitziende spits, dat is Nijenbeek … We halen den sleutel op de boerderij en bevinden ons weldra in een van de meest bezochte oude sloten van ons land. Een keur van trappen brengt ons op de tinnen en nu zien we den IJsel, zooals we hem nog nooit hebben gezien. We moeten erkennen, dat de oude heeren, die hier in de dertiende eeuw het slot bouwden, de plaats alleruitstekendst hadden gekozen, zoowat halfweg tusschen Zutphen en Deventer.”

De reis wordt vervolgd en brengt de wandelaar vlak langs de rivier “tusschen de wilgen en op de kribben… Zoo kort deze dijk moge zijn, vindt hij toch nog gelegenheid, om door een boomgaard te loopen, dat kan in deze buurt nu eenmaal niet anders. De appelen beginnen al lekker te kleuren en een bont suikerpeertje ziet er reeds zeer verleidelijk uit. Het moeten wel brave kinderen zijn, die in de IJselbuurten wonen, want al die boomen blijven maar stampvol met vruchten tot den pluktijd toe.”

Verderop naar het noorden beschrijft Thijsse het volgende: “De IJsel is beroemd om het roodbonte IJselvee en om zijn onovertreffelijke boomgaarden en wie die nu op hun best wil zien, ga naar Twello en Terwolde, Welsum en Veessen. De appeltjes begonnen juist te kleuren, toen wij daar reden, en we werden hoe langer hoe tevredener. Het vee liep lui en loom in de buitenwaarden of zocht de ijle en beweeglijke schaduw van de hooge populieren. De populier is hier de voornaamste boom, zoowel binnendijks, waar hij vaak langs den dijkvoet is aangeplant, als buitendijks, waar ze elk perceel omgeven en hier en daar in dichte groepen bijeenstaan. Geen eeuwenoude boomen, je kunt wel zien, dat ze bijtijds voor klompenhout geveld worden, maar toch zwaar en hoog genoeg en als we het nog mogen beleven, dat er ooit in ons land een October-vacantie wordt ingesteld, dan neem ik het ervan, om hier eens te gaan dwalen in den tijd dat de peppelblaren gaan gelen. Wat moet het hier dan onbeschrijfelijk mooi zijn: wijd en zijd al die boomen helder, stralend geel.”

Aldus beschreven in het jaar 1916 , waarin de auteur nogal moeite had een rustig stukje Nederland te vinden “waar we ongehinderd konden wandelen en teekenen. Op menige plaats vreesden we belemmerd te worden door de mobilisatie en wat daar al zoo mee samen hangt… Het is ons alweer een groot genoegen geweest, dit album saam te stellen als een kleine opwekking aan ons Nederlandsche volk, om de schoonheden van ons eigen land door eigen aanschouwen te leeren kennen en tegelijk eens lekkertjes uit te zijn.”

Laat de geschiedenis ons blijven inspireren om erfgoed door te kunnen geven aan erfgenamen. Het verhaal van de IJssel en het landschap waardoor zij stroomt, is dat meer dan waard.

 



Paula Jorritsma-Verkade

Inwoner en burgemeester van de gemeente Voorst