Het landschap heeft gesproken.
Van wie is het eigenlijk?
We hadden er nog een avond aan willen wijden, met een zo groot mogelijke groep mensen. Want we zijn bij Het landschap spreekt er ‘gewoon’ van uitgegaan dat het landschap - en dat is alles wat erop en erin zit - zelf de regie neemt. Hoezo, waarom, waartoe? Al die vragen kwamen niet aan de orde. We – en de hoofdrolspelers in het stuk - spraken en deden gewoon alles in mensentaal. Sprookjesachtig met vleugjes van de werkelijkheid. Het mag, het is theater, het is verbeeld.
Daarom is het goed nu het stuk is gespeeld toch de vraag te stellen: dat landschap, die rivier de IJssel wat is dat eigenlijk en vooral van wie is die eigenlijk? Want we hebben ons alles toegeëigend wat daar op en in is, alsof we heerser zijn of rentmeester. Maar je zou ook de partner kunnen zijn of participant in een wereld waarin we allemaal meedoen, mensen, dieren, planten, organismen etc etc.
Als we die vraag stellen, van wie is het landschap, dan zijn er naar mijn idee drie smaken:
a. Het landschap is van ons
Wij moeten en mogen er zo goed mogelijk, naar ons goeddunken, op een duurzame manier gebruik van maken en hebben wetten gemaakt om ons daarin te leiden. Het begrip duurzaamheid dat we de laatste tien, twintig jaar hanteren is voldoende garantie dat we het landschap als heerser of rentmeester goed behandelen en kunnen doorgegeven aan de volgende generaties. Zouden we het niet doen dan schieten we ons zelf in de voet want de aarde is ons meest kostbare bezit. We hebben (voorlopig) geen andere.
Vanuit deze houding is het overigens logisch dat we verder moeten gaan met wetten maken en juridificering. Dat doen we bijvoorbeeld door het landschap rechten te geven. The next step. Uiteraard doen we het vanuit een houding van het landschap mag het zeggen, wij helpen.
b. Het landschap is van zichzelf.
De houding die het tegendeel is van de mens als heerser is. Al die woorden die ik gebruik om het landschap te beschrijven of te benoemen zijn mijn woorden, observaties, begrippen van mij en het landschap (natuur, water, flora, fauna) heeft daar niets mee. Al die ‘kameraden’ zoals Jonas Staal die noemt, hebben heel andere criteria en daarmee begrippen om iets te benoemen als ze dat al doen. We verhouden ons tot hen als tot extraterritoriale elementen, marsmannetjes, -vrouwtjes. Maar zelfs dat zo zeggen is al te duidend.
Kortom laat het landschap zichzelf zijn en probeer er niet ons waarden en woorden op te plakken. Of doe het speels, als in een theaterstuk, als in Het landschap spreekt. Om het spel.
Maar hecht er geen waarde aan anders dan dat het je bewust maakt dat er meer is dan we zien, waar we mee moeten dealen.
c. Het landschap is van zichzelf en van ons samen
Hier wordt het interessant want nu komen we elkaar – de mens als gebruiker en het landschap van zichzelf. Kunnen we daar een draai aan geven?
Hebben we daar ambassadeurs van de IJssel, van het landschap voor nodig? Moeten we daarvoor rechten geven aan het landschap dat het daarmee een rol kan spelen in het Parlement of Things? Of laten we voorlopig duizend bloemen bloeien: de bomen-fluisteraars, de vogelaars, de botanisten, de permacultuuradepten, de natuurgeneesvrouwen en -mannen, de ……
Ze leggen allen op hun manier een stukje van het landschap bloot.
Gaan we meer theater maken? Verbeelden.
Misschien is dat wel het uiteindelijke doel van de IJssel anders, van Het landschap spreekt: meer en telkens mensen samenbrengen die iets hebben met het landschap, met de IJssel. Als we dit rivierlandschap bijzonder vinden dan zullen al die mensen samen er wel voor zorgen dat het bijzonder blijft.
Of is dat te romantisch?
Gerard Hendrix