bij wijze van verslag
Oevertijd, Ecotone, Grenzen
Twee keer Oevertijd, op twee plekken,
aan een echte oever en in de uiterwaarden, de oever ver weg,
aan het einde van een kronkelwaard.
In Oldeneel en in Cortenoever.
Die dagen zou de staart van ex-orkaan Erin voor storm en regen zorgen;
het bleef ons bespaard, het waren zonnige, weer droge dagen.
Twee keer bij schatten van mensen
gastvrij voor ons maar evengoed
voor 3 nesten hoornaars – de goede –,
bijen en steenuilen.
En vooral voor iedereen die hulp nodig heeft.
Ecotone
Het gaat deze dagen om de ecotone,
de spanning tussen twee ecosystemen.
Dat kan alles zijn: water en aarde,
droog en nat, dicht en open, licht en donker,
groen en uitgebloeid, hoog en laag
en misschien zelf vroeger en nu.
Eigenlijk, zo zeiden we later, is alles ecotone:
wijzelf, onze huid, de wolken.
Het klopt: alles is en niets is niet.
Niets is alleen, alles houdt contact.
Oneindige leegte? Er is altijd beweging.
De vraag moet zijn: wat heeft hoe contact, welk contact?
Wat gebeurt op de grens tussen dit en dat?
Is het absoluut, is het als een harmonica,
is die diffuus, verbrokkeld, een dikke lijn?
Wat wisselt uit? Wat maakt deel uit van beide?
Ecotones zijn van nature
rijk, doen nieuwe soorten ontstaan,
zorgen voor ons eten, de granen
uit de riviervlaktes van die machtige stromen.
Waar het ons nu om gaat: kun je het zien, horen, voelen?
Zie je zilverschoon, op de grens van klei en zavel?
Zie je in de boszoom, haar mantel,
de kersen, pruimen, noten die daar staan?
Zie je het ebben van de IJssel,
de stroming die alles meeneemt en elders neerlegt?
De slootkant van vochtig tot droog?
Nu je het ziet, kun je er wat mee?
Kun je het vastleggen, verklaren, verbeelden?
Toepassen?
Oevertijd
Misschien is het voldoende er te zijn,
de tijd te nemen. Oevertijd.
In het gras te liggen en het gekriebel het gekriebel te laten,
de rust te nemen en te herhalen:
Wat hoor je nu?
Wat hoor je nu?
Wat hoor je nu?
Wat hoor je nu?
Wat hoor je nu?
Wat hoor je nu?
Dan is het soms, heel soms, na zolang,
meer dan de wind die huishoudt in de wilgen, in de populieren
of het eeuwige versterkte suizen in het hoorapparaat.
Misschien hoor je dan de golfjes,
elk met een eigen klank.
Zoals E die hoort en verwoordt:
Tatam, tatam, bloeb, bloeb
Doeloe, doeloe, blob, blob
Wak, wak, hoela, hoela
Wap, wap, wap, wap
Bloem, bloem?
Bedoe! Bedoe! (een boot kwam voorbij)
Bloeb
Zwa, zwa, zwa
Bedoe! Bedoe! Bedoe!
Da, da, daaah
Wat ruik je nu?
Wat ruik je nu?
Wat ruik je nu?
Wat ruik je nu?
Wat ruik je nú?
Is het meer dan de lucht van de verse mest,
de dunne stront, vers in de rillen op het land,
een giftig geheel, een geïnjecteerde ecotone
in het weiland ernaast.
B, met haar prachtige boekje, ruikt toch ook nog andere geuren,
de watermunt en de distelbolletjes.
Water ruikt ook weer anders, zegt E,
bij iedere keer zwemmen is het anders,
dan hard, dan zacht,
want ruiken is voelen en voelen ruiken.
Misschien is dat wel een bijvangst van deze dagen
het besef dat zintuigen contact hebben met elkaar.
Je hoort meer als je het kunt zien,
je proeft wat je ruikt,
je hoort wat aanraakt.
Tenslotte halen we beide dagen,
in de mandjes van Renée, de dingen op die ons opvallen.
Een veertje, stenen hoekig en afgerond,
halmen, de aller-mini-ste schelpjes
en leggen het terug, op het bodemprofiel dat Aliki eens weefde.
Wat mooi om dit alles te beleven
in deze twee gezelschappen.
Die ervoor open staan.
Met Aliki die haar opa’s dagboek gebruikt om te ordenen,
om systemen te zien en ons erin te leiden.
met Renée die een en al natuur en mensen is.
Met de deelnemers.
Ze durven het, ‘geen idee wat ik kan verwachten’.
Zelfs een verjaarspartijtje gehost.
Het vegan eten, de oik (Oost Indische Kers).
de taartjes van de Stadsbakker, de membrillo,
de vijgenolie, de vijgenjam.
De koeken van bakker Bril die niemand wilde.
Het is allemaal balsem voor de ziel en het gewonde lijf,
Wat moeten echte mannen toch veel missen.
Als epiloog
Wat tragisch dat we ons als mens
geen raad weten met grenzen.
Waar we in contact komen met anderen
en iets nieuws zou kunnen ontstaan,
zijn we alleen maar bezig met zelf
met ik, dit is mijn bubble.
het andere is vreemd, gevaarlijk zelfs.
We trekken een harde grens.
Blijf op zoek gaan naar de grens want
daar kom je elkaar tegen en moet het gebeuren.